Rookruimtes in cafés moeten weg. Dat is de uitkomst van een uitspraak van de Hoge Raad. De Hoge Raad bekrachtigde daarmee het eerdere vonnis van het gerechtshof Den Haag. De zaak was aangespannen door de belangenvereniging Nederlandse Niet-rokersvereniging CAN. Vanaf 1 juli 2008 is in Nederland een rookverbod van kracht voor de horeca. Op dat verbod geldt een uitzondering voor daarvoor aangewezen rookruimtes. Het CAN had de Staat gedaagd om deze uitzondering in de wet ongedaan te maken.

Daarmee lijkt de sigaret in de Nederlandse horeca definitief op weg naar de uitgang. Het is in lijn met de steeds verdere inperkingen van roken in de openbare ruimte. In 1996 werd een algeheel rookverbod in vliegtuigen ingesteld. Een woordvoerder van luchtvaartmaatschappij Martinair zei een jaar eerder: “Er zijn toch mensen die per se willen roken. Als je het verbiedt gaan ze toch vaak stiekem roken op de wc's. Roken is nu in beperkte ruimtes toegestaan en dat blijft zo.” Maar in tegenstelling tot Martinair, breidde het rookverbod zich steeds verder uit. In 2004 moest ook de NS eraan geloven: in de trein en gedeeltelijk op stations mocht er niet meer gerookt worden. Als het aan beheerder ProRail ligt mag er over twee jaar op stations nergens meer gerookt worden.

Klap in het gezicht

Volgens Robèr Willemsen, voorzitter van de vereniging Koninklijke Horeca Nederland, is deze meest recente uitspraak van de Hoge Raad een klap in het gezicht van veel horeca-ondernemers. Zij hebben veelal vele duizenden euro's moeten investeren om in hun etablissement een rookruimte te maken. "Het valt ook moeilijk te rijmen met de afspraken die we met staatssecretaris Blokhuis hebben gemaakt in het Preventie-akkoord. Daar hebben we afgesproken dat rookruimten met ingang van 1 juli 2022 in de wet zouden worden verboden.”

De staatssecretaris heeft inmiddels in een brief aan de Kamer laten weten dat er tot medio oktober niet wordt gehandhaafd op deze uitspraak door de Voedsel- en Warenautoriteit. In die brief geeft de staatssecretaris aan dat hij in overleg gaat met KHN en de NVWA. Vanaf half oktober schept hij meer duidelijkheid over de gevolgen van de uitspraak en de handhaving. Als het aan de KHN ligt komt er een fatsoenlijke overgangstermijn, tot minstens de aanvang van de zomer van 2020. Het idee daarachter is dat het dan weer terrasjesweer is. Of dat uitkomst zal bieden is een tweede, want er wordt inmiddels al gewerkt aan een rookverbod op terrassen.

Schade verhalen op de overheid

Ondernemers die flink geïnvesteerd hebben om in 2008 aan de nieuwe regelgeving te voldoen zijn nu dus de dupe. De vraag is of zij in aanmerking kunnen komen voor compensatie door de overheid. Juridisch gezien zou je het punt kunnen maken dat met de uitspraak van de Hoge Raad vast is komen te staan dat de regelgeving van de overheid niet correct was. Dat zou een onrechtmatige overheidsdaad op kunnen leveren op basis waarvan ondernemers een zaak kunnen aanspannen tegen de Staat. Tenzij de Staat zelf met een aanbod komt, zal een rechter eraan te pas moeten om per individueel aangespannen zaak deze vraag te beantwoorden en vast te stellen hoe hoog de geleden schade dan werkelijk is.

Bronnen: Rechtspraak.nl, Trouw, Nieuwsblad.be, NVH, NRC, Nu.nl

Delen: