De rechtspraak is te traag en ouderwets. Dat komt door gebrek aan capabel personeel, geld, visie en zelfreflectie op bestuurlijk niveau. Dat is de vernietigende conclusie van de Commissie Visitatie Gerechten. Eens in de vier jaar wordt deze commissie door de Raad van de rechtspraak geïnstalleerd. Commissieleden van binnen en buiten de rechtspraak bezoeken alle rechtbanken en praten met rechters, griffiers en andere medewerkers. Vervolgens stellen zij een rapport op over de staat van de rechtspraak.

Commissievoorzitter Joyce Sylvester spreekt tegenover De Volkskrant haar zorgen uit: "Wij hebben gerechten gezien met een tekort van tien rechters." Nu is het gezien de financiële perikelen bij de rechtspraak aanlokkelijk om dergelijke problemen daaraan te wijten. Volgens Sylvester is er bij sommige rechtbanken ook gewoon sprake van slecht management.

KEI: de eeuwige boosdoener

Dat de rechtspraak er financieel slecht voorstaat komt vooral door het mislukte digitaliseringsproject KEI. Daarmee werd een slordige 40 miljoen euro verspild. Dat geld is niet ten goede gekomen aan de broodnodige modernisering. De commissie concludeert dan ook dat die veel te traag verloopt. Zo wordt veel werk wat digitaal zou kunnen gebeuren, nog handmatig en analoog gedaan.

Misschien nog wel ernstiger is het verwijt van de commissie is dat rechtspraak een naar binnen gekeerde kliek is. Er is te weinig diversiteit en daarmee is de rechtspraak geen goede afspiegeling van de samenleving. Zo werken er bij de rechtbanken te weinig mannen en te weinig mensen met een migratieachtergrond. Het gebrek aan diversiteit is een belangrijk manco voor de toekomstbestendigheid van de rechtspraak.

De drie problemen op een rij:

  1. De personele en financiële krapte legt zoveel druk op medewerkers dat zij geen kans meer zien om aandacht te geven aan transformatie en innovatie van de rechtspraak. Tekort aan rechters en ondersteunend personeel is structureel, diversiteit ontbreekt, doorlooptijden van rechtszaken worden niet korter en de werkdruk blijft zo hoog dat overwerk normaal is.
  2. Op bestuurlijk niveau is er geen helderheid. Er is geen heldere, breed herkenbare visie op de toekomst van de rechtspraak. Hoe taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn verdeeld tussen de gerechtsbesturen en de Raad voor de rechtspraak is voor veel betrokkenen onduidelijk. Van de Raad voor de rechtspraak wordt verwacht dat deze als verbindend boegbeeld en belangenbehartiger optreedt. Maar rechters en medewerkers van de gerechten ervaren de Raad veeleer als een verlengstuk van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, dat zich hoofdzakelijk richt op het beheersen van de kosten van de rechtspraak. Het roept de vraag op of dit wel past bij de publieke waarden die de rechtspraak moet dienen.
  3. Maar ook binnen de gerechten zelf is werk aan de winkel. De commissie mist voldoende kritische (zelf)reflectie, omgevingsbewustzijn, samenwerking en uitwisseling bij de professionals in de gerechten. ‘Eigenaarschap’ voor het grotere geheel ontbreekt vaak bij medewerkers. Dat belemmert het gezamenlijk werken aan kwaliteitsverbetering.

Er gaan ook dingen goed, benadrukt Sylvester. Rechters, medewerkers en rechtbankbesturen werken ‘dagelijks met veel toewijding aan deskundige en toegankelijke rechtspraak’. Met andere woorden: één van de drie peilers van onze democratie staat er slecht voor, maar wordt bij elkaar gehouden door de kwaliteit en inzet van de mensen die er werken.

Het hele rapport van de commissie leest u hier.

Bronnen: Rechtspraak.nl, De Volkskrant

Delen: