Overal registreren camera’s en sensoren onze bewegingen. Maar wie is de baas over die gegevens? De bedrijven die de data verzamelen? De overheid?

Reguleren dataregistratie

Van wie zijn de gegevens die bedrijven en overheid dagelijks verzamelen over waar we ons bevinden en wat we doen? Locatiegegevens, camerabeelden, interactieve winkel-apps en andere vormen van dataregistratie zouden moeten worden gereguleerd, vinden Amsterdam en Eindhoven. De privacy is in het geding.

Spelregels hard nodig

De twee – sterk gedigitaliseerde – steden dringen aan op ‘spelregels en principes’ waar overheid en bedrijven zich aan moeten houden. Die moeten de privacy van burgers waarborgen en voorkomen dat een beperkt aantal commerciële partijen de markt voor dataregistratie gaat domineren. De verantwoordelijke wethouders hopen met de ervaringen andere steden een leidraad te bieden voor toekomstig beleid op het gebied van Internet of Things en gebruik van data in het publieke domein.

Regels uit ver verleden voor digitale stad van nu

‘De openbare ruimte wordt steeds meer digitaal’, aldus wethouder Staf Depla van Eindhoven. Hij loopt dagelijks tegen de dilemma’s aan van een digitale werkelijkheid die nog bestuurd wordt met wet- en regelgeving uit het verleden. Daardoor blijven wezenlijke vragen onbeantwoord. ‘Wie mag of moet de infrastructuur aanleggen? Van wie zijn de gegevens die worden verzameld? En hoe verhoudt dit zich tot de privacy van burgers? Anders gezegd: hoe behoud je publieke waarborgen in een gedigitaliseerde stad? Iedere gemeente worstelt nu zo’n beetje op eigen houtje met dit vraagstuk.’

Monopolisten in data

Depla is ook bang dat het weggeven van databezit ertoe leidt dat er ‘een klein groepje monopolisten’ ontstaat en nieuwkomers het nakijken hebben. Hij wil ervoor waken dat bedrijven te gemakkelijk aan de haal gaan met data. Bovendien is veel van die informatie gewoon van de burgers zelf. Het lijkt de keerzijde te zijn van de ambities van steden om steeds digitaler en connectiever te zijn. Want dat is ook handig voor het bestuur zelf om de dienstverlening beter af te stemmen op gedragingen.

De infrastructuur van de toekomst niet alleen in overheidshanden

Amsterdam en Eindhoven willen dan ook meer investeren in glasvezel om de digitale stad optimaal te ontwikkelen. Het is essentiële en noodzakelijke infrastructuur, zoals de telefoonkabels en gasleidingen van vroeger. Maar volgens de stadsbestuurders is het niet vanzelfsprekend dat de overheid alle infrastructuur zelf moet aanleggen. Zij vinden dat overheid en markt hierin moeten samenwerken ‘op basis van economische en maatschappelijke afwegingen’.

Bronnen: FD, Parool

Delen: