De rechtbank in Den Haag stelt de stichting Urgenda in het gelijk in een zaak tegen de Staat. De overheid moet extra maatregelen nemen om de uitstoot van broeikasgassen verder terug te brengen.

Staat voldoet niet aan eigen norm

Urgenda stelt dat de Staat onvoldoende doet om zijn internationale en grondwettelijke verplichtingen na te komen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De beide partijen hebben geen verschil van mening over de ernst en omvang van het klimaatprobleem. Ook zijn de partijen het eens dat er maatregelen nodig zijn ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Het conflict draait om de ambitie van de Staat. Met het huidige beleid zal Nederland in 2020 een vermindering van ten hoogste 17% bereiken. Dat is veel minder dan de norm van 25% tot 40% die in het internationale klimaatbeleid noodzakelijk wordt geacht voor de geïndustrialiseerde landen.

Uniek vonnis

De uitspraak van de rechtbank is uniek en opmerkelijk. Een stichting, een burgerplatform, wint een zaak tegen de Staat. De rechter onderkent de strekking van zijn vonnis en geeft daarom een uitvoerige motivatie. Het vonnis komt niet voort uit een rechtsplicht van de Staat tegenover de stichting, maar uit de zorgplicht van de Staat voor de bescherming en verbetering van het leefmilieu. De effectieve controle op het Nederlandse emissieniveau is een taak van de Staat. En juist in die zorgplicht schiet de Staat tekort.

Zorgplicht

Weliswaar mag de Staat zelf bepalen hoe een zorgplicht wordt uitgevoerd, maar de zorg mag niet ondermaats zijn. Uit de klimaatverdragen vloeien in dit geval enkele beginselen voort waarvan de Staat alleen mag afwijken als daarvoor een afdoende rechtvaardiging wordt gegeven. Oplopende kosten kunnen zo’n rechtvaardigingsgrond zijn. Maar in dit geval concludeert de rechtbank dat het doeltreffender (en uiteindelijk goedkoper) is om vroegtijdig adequaat te handelen dan om die maatregelen uit te stellen. Ook kan de Staat zich niet verschuilen achter het argument dat de oplossing van het wereldwijde klimaatprobleem niet alleen afhangt van Nederlandse inspanningen. Elke vermindering van uitstoot draagt namelijk bij aan het voorkomen van een gevaarlijke klimaatverandering. De Staat heeft al met al onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig gehandeld door van een te lage doelstelling uit te gaan.

Stoel van de politiek

Het vonnis wordt niet door iedereen positief ontvangen. Sommige juristen zien het als een wetgevingsbevel. Met andere woorden: de rechter gaat op de stoel van de volksvertegenwoordigers zitten. De vraag is bovendien hoe de rechtbank reageert als de Staat in 2020 toch niet aan de beoogde normen blijkt te hebben voldaan.

De Staat kan nog in hoger beroep tegen het vonnis.

Bronnen: Nederlands Juristenblad, JuristenRijk.nl

Delen: