Drastisch en snel ingrijpen in de arbeidsmarkt. Dat adviseert de commissie Borstlap. Niet straks, maar juist nu, nu het economisch goed gaat. De commissie zet daarbij in op de formatie van 2021.

Commissievoorzitter Hans Borstlap deed zijn onderzoek in opdracht van minister Koolmees. Zijn rapport (hier te downloaden) kan uitgelegd worden als een poging de huidige patstelling te doorbreken door een hele nieuwe set wet- en regelgeving op te stellen.

Zo komt de commissie met adviezen om onder meer geen payroll-constructies meer op te tuigen, mogelijkheden voor deeltijdontslag uit te breiden en ontslag makkelijker te maken. Dan blijven er drie type werknemers over: zelfstandigen, werknemers met een vast contract voor (on)bepaalde tijd en uitzendkrachten.

Vaste contracten flexibeler

De commissie wil minder flexcontracten. Reden is dat zowel flexwerkers zelf als werkgevers niet in deze groep investeren. Bovendien hebben ze geen verzekeringen en geen pensioenopbouw en de kosten van deze risico’s komen uiteindelijk voor rekening van de maatschappij. Door ondernemers de mogelijkheid te bieden bij tegenwind personeel minder te laten werken en ook minder loon aan te bieden, worden vaste contracten flexibeler.

Ontslagrecht soepeler

Ook het ontslagrecht moet soepeler, zodat werkgevers weer sneller vaste contracten uit zullen geven. Wel stelt de commissie voor dat de rechter een hoge ontslagvergoeding op kan leggen als de zaak slecht is onderbouwd. Daar moet een preventieve werking vanuit gaan om mensen gemakkelijk te ontslaan, aldus Borstlap.

Belastingvoordelen voor zzp'er

Om het aantal flexcontracten terug te dringen moet er ook een einde komen aan belastingvoordelen als de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling. De commissie adviseert het om te draaien; in plaats van een voordeel voor de ondernemer, een voordeel voor het ondernemerschap in de vorm van een belastingvoordeel op investeringen van zzp’ers.

Minister Koolmees ontving het rapport uit handen van de commissievoorzitter en toonde zich bereid om met de inhoud aan de slag te gaan: "Dit vraagt onomwonden om reflectie en om breed maatschappelijk debat."

De adviezen uit het rapport op een rijtje:

Versoepeling van het ontslagrecht

  • De relatie tussen werkgever en werknemer moet losser worden. Werkgevers mogen functie, arbeidsplaats en werktijd van werknemers aanpassen wegens bedrijfseconomische omstandigheden;
  • De werkgever kan, na goedkeuring door het UWV, deeltijdontslag opleggen wegens bedrijfseconomische omstandigheden;
  • Een ontslagaanvraag vanwege disfunctioneren moet de rechter altijd toekennen. Als er geen redelijke grond is, volgt een boete.

De belastingen

  • Voor alle werkenden gaan dezelfde belastingen gelden;
  • Belastingvoordelen voor zelfstandigen worden geleidelijk afgebouwd;
  • Belastingregels voor zelfstandigen en directeuren-grootaandeelhouders worden toegespitst op het vermogen in de onderneming. Belastingvoordeel is er alleen voor wie daadwerkelijk onderneemt;
  • Hogere premies in de sociale zekerheid voor flexwerkers, te betalen door werkgevers;
  • Een hoger wettelijk minimumloon voor flexwerknemers;
  • Tijdelijke contracten mogen maximaal twee jaar duren. Nu is dat drie jaar;
  • Oproepcontracten krijgen per kwartaal een minimum aantal betaalde uren toegezegd;
  • Uitzendkrachten krijgen de arbeidsvoorwaarden van het bedrijf waar ze werken;
  • Bemiddelaars (dus geen uitzendbureaus, maar bijvoorbeeld een platform op internet) worden gelijkgesteld met werkgevers voor de betaling van belastingen en premies als de betaling via de bemiddelaar loopt.

Werken

  • Er zijn drie groepen werkenden: zelfstandigen, werknemers met een contract (tijdelijk of vast) en uitzendkrachten;
  • Wie voor een bedrijf of organisatie werkt, is werknemer. Tenzij door de opdrachtgever kan worden aangetoond dat de werkende echt een zelfstandige is. De bewijslast wordt omgedraaid in vergelijking met nu;
  • Uitzendkrachten doen alleen werk dat qua duur en omvang van tevoren niet, of moeilijk is te overzien. Vluchtroutes worden bestreden en afgesloten. Uitzendwerk duurt maximaal 26 weken;
  • Werkenden krijgen hulp om hun rechten op te eisen.

Een leven lang leren

  • Iedereen krijgt bij de geboorte een persoonlijk ontwikkelbudget;
  • De werkgever stort maandelijks een bijdrage in dat budget;
  • Bij ontslag wordt de transitievergoeding in het ontwikkelbudget gestort.

Verzekeringen

  • Bij ziekte betaalt de werkgever voortaan één jaar het loon door in plaats van twee jaar nu;
  • Er komt een publieke basisverzekering tegen arbeidsongeschiktheid op het bestaansminimum, voor alle werkenden die een jaar niet hebben kunnen werken. Voor werknemers blijft daarboven het huidige, hogere niveau bestaan. Zelfstandigen kunnen zich bijverzekeren.

Werkloosheidsuitkering WW

  • De WW‐uitkering voor ontslagen werknemers wordt hoog en kortlopend. Nu is de WW-uitkering maximaal twee jaar;
  • Iedereen wordt verplicht tot periodieke om- of bijscholing via de ‘loopbaanwinkel’, betaald uit het persoonlijk ontwikkelbudget.

Pensioen

  • Voor aanvullend pensioen boven de AOW gelden nu nog afwijkende verplichtingen voor verschillende werkenden. De commissie wil een gelijk speelveld en daarom ligt een ‘aanvullende voorziening in het fundament voor alle werkenden’ voor de hand. De vraag of dit neerkomt op een hogere AOW-uitkering wordt in het rapport niet uitgewerkt.

Bronnen: Nu.nl, Volkskrant, Hr-praktijk

Delen: