Collega’s van mensen die gepest worden, zijn zelden geneigd om de gepeste te helpen. Uit angst om zelf gepest te worden of uit boosheid omdat ze de schuld bij het slachteroffer leggen. Dat blijkt uit onderzoek van de Open Universiteit. Promovendus Roelie Mulder deed onderzoek naar de rol van de omstanders en de emoties die een rol spelen bij hun bereidheid te helpen.

Angst en boosheid


Als omstanders niet helpen, blijkt dat vaak te komen door boosheid of door angst. Boosheid omdat ze de schuld van het pesten bij het slachtoffer leggen en angst omdat ze bang zijn vervolgens zelf gepest te worden. Het maakt het ook niet veel uit of een slachtoffer assertief of vermijdend reageert. Wanneer een slachtoffer assertief is, denken omstanders dat hij of zij het zelf wel kan oplossen. Is een slachtoffer vermijdend, dan treedt het ‘eigen schuld, dikke bult’-mechanisme in werking, waardoor de omstanders ook niet geneigd zijn het slachtoffer te helpen.

Kosten


Door niet in te grijpen, drijven omstanders de kosten van pesten op het werk verder op. En die kosten zijn substantieel. Mulder vindt dan ook dat er meer aandacht moet komen voor het, meestal onbewuste, ‘eigen schuld, dikke bult’-mechanisme. Als omstanders zich bewust zijn van hun boosheid of hun angst, en de gevolgen ervan voor het slachtoffer, zijn ze misschien in staat om eroverheen te stappen en toch in te grijpen. Verder vindt ze dat organisaties ervoor moeten zorgen dat omstanders zich veilig genoeg voelen om een slachtoffer te helpen. Bijvoorbeeld door de vertrouwenspersoon ook aan de omstanders aan te bieden. Een interview met Mulder over haar onderzoek is te zien in deze video.


Delen: