Gemeenten moeten er rekening mee houden dat ze tot 2023 aanzienlijk minder geld van het rijk krijgen dan eerder geraamd. De meicirculaire pakt 431 miljoen euro nadeliger voor ze uit dan de maartcirculaire.

In de onlangs gepresenteerde meicirculaire 2018, die gemeenten informeert over de gemeentefondsuitkering voor 2018 tot en met 2022, staat dat de groei van de algemene uitkering lager uitpakt dan verwacht. De meicirculaire is gebaseerd op de voorjaarsnota van het kabinet.

Neerwaartse bijstelling

Dit jaar is de groei van het gemeentefonds, het zogeheten accres, met 24 miljoen euro licht positiever ten opzichte van de maartcirculaire 2018. Maar voor de daaropvolgende periode van 2019 tot 2023 wordt de accresontwikkeling neerwaarts bijgesteld, oplopend tot 431 miljoen euro in 2022.

Lonen en prijzen

De belangrijkste verklaring voor de neerwaartse bijstelling ligt volgens minister van Binnenlandse Zaken Ollongren in de lagere ontwikkeling van de lonen en prijzen. De raming in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2018 ligt fors lager dan die is gebruikt bij de Startnota van het kabinet, daterend van november vorig jaar. Daardoor wordt er rijksbreed minder uitgegeven aan compensatie van lonen en prijzen. Dat zorgt voor een lagere accresrelevante uitgavenontwikkeling – volgens de gehanteerde samen de trap op, samen de trap af-systematiek bij de bekostiging van gemeenten, krijgen de gemeenten bij dalende rijksuitgaven nu eenmaal minder van het rijk.

Maartcirculaire

De in maart 2018 uitgebrachte circulaire was een eenmalige. Normaal verschijnen ze in mei en september. De maartcirculaire werd uitgebracht om erin de (financiële) gevolgen van het Regeerakkoord, de Startnota en de Programmastart van het interbestuurlijk programma (IBP) te laten zien.

Bron: Rijksoverheid.nl

Zie ook:
http://overheidsexpertise.nl/overheid-finance/36-actueel/429-nog-meer-extra-geld-voor-gemeenten
http://overheidsexpertise.nl/overheid-finance/36-actueel/401-extra-geld-voor-gemeenten

 

Delen: