De stijging van de gemeentelijke woonlasten blijven ver onder de inflatie, zo meldt COELO.

Zeer beperkte stijging lokale woonlasten

De stijging van de woonlasten in de grote gemeenten is dit jaar zeer beperkt. Huurders betalen 0,3 procent meer, eigenaar-bewoners 0,6 procent. Dat is veel minder dan de inflatie. Dit blijkt uit het rapport Kerngegevens Belastingen Grote Gemeenten 2018, dat is opgesteld door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen. COELO onderzocht de tarieven van 38 grote gemeenten, waar 40 procent van de Nederlandse bevolking woont.

Woonlasten eigenaar-bewoners

De gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens die hun woning bezitten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) stijgen gemiddeld met 4 euro (0,6 procent) tot 677 euro per jaar.

Woonlasten huurders

Huishoudens in een huurwoning betalen afvalstoffenheffing en in sommige gemeenten rioolheffing. Zij betalen in 2018 gemiddeld 1 euro meer (0,3 procent).

Stijging ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing

De beperkte stijging van de woonlasten komt doordat de gemiddelde stijging van alle drie tarieven lager is dan de inflatie (die naar verwachting 1,6 procent is in 2018). Huiseigenaren betalen in 2018 gemiddeld 238 euro aan ozb. Dat is 1,1 procent meer dan vorig jaar. Een meerpersoonshuishouden betaalt gemiddeld 274 euro aan afvalstoffenheffing, 0,2 procent meer dan vorig jaar. Gemeenten bepalen zelf of zij de rioolheffing doorberekenen aan woningeigenaren, huurders of beide.

Precario

Huishouden betalen via het drinkwaterbedrijf en de energienetwerkbeheerder soms ongemerkt ook precariobelasting op ondergrondse leidingen. In 2017 heeft de regering besloten om de mogelijkheid om precariobelasting te heffen op kabels en leidingen af te schaffen. Omdat de inkomsten substantieel kunnen zijn wordt de belasting pas per 1 januari 2022 afgeschaft. Gemeenten hebben zo de tijd om op andere wijze inkomsten te genereren. In 2018 heffen 14 grote gemeenten precariobelasting waardoor de ozb lager kan blijven.

Nutsbedrijven rekenen precario door aan huishoudens. De feitelijke woonlasten zijn daarom hoger dan de som van ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Gemeenten met precario lijken goedkoper dan zij zijn. Omdat netbeheerders de aanslag moeten doorberekenen aan alle klanten, ook die in gemeenten zonder precario, is echter niet helder hoe hoog de feitelijke woonlasten zijn.

 

Download: COELO, nderzoeksrapport Kerngegevens Belastingen Grote Gemeenten 2018

Gerelateerd: Lokale lasten vrijwel gelijk, Woonlasten 1,1% omhoog, Gemeentelijke heffingen 2016 in kaart

Bron: COELO

Delen: