Gemeenten krijgen vanaf 2017 minder budget voor Wmo en Jeugd, maar hoeven de overschotten niet terug te betalen. Dat is het resultaat van een akkoord tussen Rijk en VNG.

Verlaagde budgetten vanaf 2017

De budgetten voor de Wmo en Jeugd gaan vanaf 2017 omlaag. Het budget voor de Wmo daalt met 179 miljoen euro en dat voor de Jeugd met 47 miljoen euro. VNG en het Rijk zijn deze verlaagde budgetten overeengekomen. De verlaging is mogelijk doordat gemeenten minder inwoners hebben aan wie zij zorg en ondersteuning moeten bieden dan waar bij de start van de decentralisaties in 2015 van werd uitgegaan.

Overschot 2016 blijft bij gemeenten

Over 2016 ontvingen gemeenten te veel budget. In totaal bijna 225 miljoen euro, waarvan 160 miljoen euro voor de Wmo en 65 miljoen euro voor de Jeugdwet. Het teveel ontvangen bedrag hoeven gemeenten niet terug te betalen.

Bijstelling gemeentefonds

Vanaf 2017 worden de ‘verkeerde cliënt-aannames’ met de daarbij behorende budgetten via neerwaartse bijstelling van het gemeentefonds rechtgetrokken, te beginnen met de bijna 225 miljoen euro in 2017. In 2018 krijgen gemeenten bijna 169 miljoen euro minder voor de Wmo en bijna 17 miljoen euro voor de jeugdzorg. In de septembercirculaire worden de exacte mutaties duidelijk.

Indeling cliëntengroepen

De verlaging van de budgetten heeft niets te maken met het beleid van gemeenten, stelt de VNG. Het gaat erom dat cliënten verkeerd zijn ingedeeld. Ze vallen niet onder de Wmo of de Jeugdwet, maar onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Gemeenten hebben in bepaalde gevallen geld van het rijk gekregen, zonder dat daar zorg en ondersteuning tegenover stond. In sommige gevallen hebben mensen bij de gemeente om ondersteuning gevraagd, terwijl zij in aanmerking komen voor zorg vanuit de Wlz.

Tot de verkeerd ingedeelde groepen cliënten behoren mensen met een Volledig Pakket Thuis met een lage zorgbehoefte. Deze groep blijft in de Wlz. Zo’n 12.000 mensen gaan alsnog naar de Wlz (Wlz-herinstromers), terwijl destijds werd aangenomen dat zij via de Wmo voldoende ondersteund zouden kunnen worden. Het gaat om mensen die hulp kregen via de Awbz en, met behoud van de bestaande zorg, in 2015 naar de Wmo werden overgeheveld. Na herindicatie bleken deze mensen toch meer zorg nodig te hebben dan gedacht.

Budget beschermd wonen

In het akkoord is de korting van 25 miljoen euro uit het gemeentefonds voor beschermd wonen geschrapt. De doorstroom naar gemeenten was vorig jaar fors lager dan de ramingen, waardoor het rijk hogere Wlz-uitgaven had (25 miljoen euro per jaar). Deze 25 miljoen blijft dus in het gemeentefonds.

Budget LVB

Vanaf 2017 krijgen gemeenten 60 miljoen euro voor de groep Licht Verstandelijke Beperkten (LVB). Gemeenten zijn op grond van de Wmo verantwoordelijk voor (jong) volwassenen met een (licht) verstandelijke beperking die tijdelijk begeleiding en/of behandeling nodig hebben in een beschermende woonomgeving. Hiervoor was echter geen budget naar gemeenten overgeheveld, omdat niet kon worden berekend wat het rijk daar voorheen via de Awbz aan kwijt was. De VNG stelt dat het van belang is de gemeentelijke uitgaven hiervoor goed in de gaten te houden.

Eenmalig herstel budgetten

De hersteloperatie is eenmalig. Er zijn geen ‘communicerende vaten’ tussen de Wlz, Wmo, Jeugdwet en de Zvw. Hierdoor hoeven gemeenten en rijk niet elk jaar de rekeningen te vereffenen bij groei of afname in de domeinen. Volgens de VNG doet jaarlijkse afrekening geen recht aan de beweging die gemeenten maken bij de investeringen in de algemene voorzieningen, het inclusie-beleid en het wijkgerichte preventieve beleid.

Gerelateerd: Gemeenten houden geld zorgbudget over, Nog geen debat overschot Wmo-budget, Geen extra Wmo-geld voor gemeenten


Bron: vng.nl

Delen: