Volgens de ombuigingskaart van het ministerie van Financiën kunnen gemeenten en provincies in een volgende regeerperiode nog fors bezuinigen.

Financiën ziet ruimte voor 650 miljoen extra bezuinigingen

Gaat een volgend kabinet flink korten op de gemeenten en provincies? Het ministerie van Financiën ziet daartoe alle ruimte, zo blijkt uit de ombuigingslijst of ‘menukaart’. Jaarlijks zou het rijk lokale overheden een apparaatskorting van 1,5 procent kunnen opleggen. Dat komt neer op 650 miljoen euro in 2021.

Vertrouwelijke bezuinigingsvoorstellen online

De menukaart is bedoeld voor politieke partijen. Zij kunnen de informatie gebruiken als input voor hun verkiezingsprogramma’s. In totaal draagt Financiën opties voor zo’n 50 miljard euro aan bezuinigingen aan. Deze vertrouwelijke documenten zijn deels online gezet door De Volkskrant.

Jaarlijks 1,5 procent apparaatskorting

Uit de stukken blijkt dat het Centraal Planbureau bij de lokale overheden ruimte ziet om jaarlijks 1,5 procent aan apparaatskorting in te boeken op het gemeente- en provinciefonds. Die korting komt dan bovenop de al ingeboekte opschalingskortingen van Rutte II tot ruim een miljard euro in 2025. ‘… gekozen [kan] worden om een wettelijke basis te creëren voor verplichte opschaling en samenvoeging, om de medeoverheden vrij te laten om met maatregelen ter bevordering van de gemeentelijke- of provinciale efficiency te komen’, aldus de toelichting.

Afschaffen provincies en waterschappen

Een andere optie – die niet tegelijk met de apparaatskorting kan worden opgelegd – is het afschaffen van het middenbestuur. Grote regiogemeenten vormen dan nog de enige decentrale bestuurslaag. ‘Hiervoor is er in gemeenteland wel een grote opschaling noodzakelijk. … de oorspronkelijke variant van de heroverweging [gaat] uit van ongeveer 25 tot 30 ‘regiogemeenten’. Een andere mogelijkheid is om te komen tot de 57 gemeenten die uit het onderzoek van Atlas voor gemeenten komen. Dat aantal sluit beter aan bij het aantal, dat nu in het sociaal domein gevormd wordt.’

Goedkoopste gemeenten als norm

En er is nog een optie: overgaan op de laagste-kostenmethode. De methode houdt in dat de minimaal noodzakelijke omvang van de middelen die nodig zijn om gemeentelijke taken uit te voeren, wordt afgeleid van een groep gemeenten met de laagste kosten. Van de groep met de laagste kosten wordt het gemiddelde uitgavenniveau als norm voor alle gemeenten gebruikt.

Wanneer overheden willen besparen op personeelskosten is het volgens Financiën vooral kansrijk om te kijken naar de uitvoering en ondersteuning. In die onderdelen is namelijk ruim 80 procent van de gemeentelijke ambtenaren werkzaam. ‘Door samenwerking en bundeling zijn hier schaalvoordelen te behalen. Mogelijkheden om de bezuiniging in te vullen zijn regionalisering van belastinginning, inzetten op shared services bedrijfsvoering en ICT-centrale standaarden voor infrastructuur.’

‘Koude uitnames’

Verder wijst Financiën op de mogelijkheid van ‘koude uitnames’: korten op het gemeente- of provinciefonds met instandhouding van de wettelijke verplichtingen om medebewindstaken uit te voeren. Deze kortingen komen ten laste van het voorzieningenniveau van gemeenten en/of provincies en zullen volgens Financiën stuiten op weerstand bij decentrale overheden.

Korten op medebewindstaken

Een laatste suggestie is het korten op medebewindstaken. Dat zou kunnen door ondoelmatige en onnodig kostenverhogende eisen in regelgeving te schrappen.

Ombuigingslijst opmaat naar werkelijke bezuinigingen?

De ombuigingslijst is een ambtelijk product en zegt niets over de politieke wenselijkheid of haalbaarheid van de opgenomen maatregelen. Toch hebben de laatste twee kabinetten het maximale bedrag bezuinigd op de gemeenten dat volgens het CPB mogelijk was.

Bron: Binnenlands Bestuur

Delen: