Gemeenten moeten meer ruimte krijgen voor inkomsten en minder afhankelijk zijn van het rijk. Dat oppert de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) in een discussiestuk.

Alternatief voor de bekostiging van de lokale overheden

In het discussiestuk Wel Zwitsers, geen geld? geeft de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) een voorzet voor een discussie die moet leiden tot een alternatief voor het gemeentefonds. De Rfv wil ruimere mogelijkheden voor gemeenten om in de eigen inkomsten te voorzien en minder afhankelijkheid van het rijk. Dat moet leiden tot een meer doelmatig opererende overheid en versterking van de lokale democratie.

Slechts 3,5 procent eigen geld

Gemeenten innen nu slechts 3,5 procent van de totale belastingen, rechten en tarieven. Ze zijn volledig afhankelijk van de verdeling van de 26 miljard euro in het gemeentefonds. Rfv vindt deze methode achterhaald. Volgens de raad gaat de verdeling via het gemeentefonds ervan uit dat gemeenten op elkaar lijken en op dezelfde manier gefinancierd kunnen worden, terwijl er juist grote verschillen bestaan tussen gemeenten.

Meer rijkstaken, beperkte beleidsvrijheid

De raad benadrukt verder dat gemeenten steeds meer rijkstaken hebben overgenomen. Hoewel gemeenten die taken naar eigen inzicht mogen uitvoeren, blijft de beleidsvrijheid beperkt doordat ze alleen vaste vergoedingen ontvangen uit het gemeentefonds. Gemeenten zouden een vast bedrag moeten heffen bij iedere volwassen inwoner, meent de Rfv. In dat geval moet de loonheffing door de rijksoverheid omlaag, zodat de belastingdruk niet toeneemt.

Gemeenten hebben in zo’n stelsel meer ruimte om zelf te bepalen wat er met het geld gebeurt. Lokale belastingbetalers kunnen dan bij gemeenteraadsverkiezingen laten meewegen waar partijen in willen investeren en hebben – via verkiezingen – dan directer invloed op waar het geld aan wordt besteed.

Verdeling gemeentefonds op basis van kosten

Het rijksgeld wordt nu via het gemeentefonds verdeeld op basis van kosten die gemeenten zelf in het verleden maakten. Die methodiek heeft volgens de Rfv zijn grenzen bereikt, met name voor de taken die in regionaal verband worden uitgevoerd en voor kosten met een investeringskarakter.

De verdeling wordt bovendien steeds fragmentarischer beschouwd, en niet als geheel. “Dat leidt tot een nodeloos complexe verdeling en zorgt voor waterbedeffecten: oplossen van het ene verdeelprobleem leidt tot nieuwe verdeelproblemen”, aldus de Raad. De discussie over de effecten van de voorgenomen herverdeling van het gemeentefonds – een verschuiving van 129 miljoen euro van grote naar kleine gemeenten – is er een voorbeeld van: voor- en nadeelgemeenten vliegen elkaar in de haren.

Grotere verschillen tussen gemeenten

Mogelijk gevolg is grotere verschillen tussen gemeenten. Voor wat fysieke, ruimtelijke en economische taken betreft, vraagt de Rfv zich af of dat erg is. Zo nee, dan mag op die terreinen de rol van het eigen belastinggebied ‘veel groter’ zijn en die van het gemeentefonds ‘veel kleiner’. Bij taken met veel beleidsvrijheid en/of een groepskarakter – wegen, zwembaden of winkelcentra – waar vooral de eigen inwoners van gemeenten van profiteren, past misschien wel een veel grotere rol van het eigen belastinggebied. Bij dat soort taken hoeft het gemeentefonds alleen de grootste verschillen in inkomsten en kosten te verevenen en kan de verdeling veel eenvoudiger. Voor sociale taken mogen de verschillen tussen gemeenten niet al te groot zijn, aldus de Rfv.

De raad wil na reacties van lokale bestuurders op het rapport eind dit jaar een definitief advies aan het kabinet geven.

Bronnen: NU.nl, Binnenlands Bestuur, Rvf

Delen: