De Raad voor het openbaar bestuur vindt dat de vergoeding van raadsleden in kleinere gemeenten te laag is, maar wil geen professionals in de gemeenteraad.

Vergoeding voor raadsleden in kleine gemeenten te laag

De vergoeding voor raadsleden in de kleine gemeenten is te laag. Dat schrijft de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) in het rapport De verbindende rol van het raadslid in een vitale democratie (circa 30 pagina’s, exclusief bijlagen). In de kleinste gemeenten (t/m 8.000 inwoners) is de vergoeding zo’n € 240 per maand, terwijl in de grootste gemeenten (vanaf 375.000 inwoners) een raadslid circa € 2.240 per maand kan opstrijken.

Volgens de Raad besteden raadsleden gemiddeld 16 uur per week aan hun raadswerk. Veel raadsleden ervaren een te hoge werkdruk, omdat ze hun raadswerk moeten combineren met een studie, baan en gezin.

Raadswerk steeds zwaarder door decentralisatie

De Rob constateert dat het raadswerk de afgelopen jaren zwaarder is geworden, door de overheveling van delen van het arbeidsmarktbeleid, de jeugdzorg en de langdurige zorg voor ouderen en gehandicapten. Een fatsoenlijke ondersteuning van raadsleden, bijvoorbeeld via de griffie en fractiemedewerkers, is daarom onontbeerlijk. Ook moeten er opleidingen beschikbaar zijn en dienen gemeenten flexibele werktijden te hanteren voor raadsleden, adviseert de Rob.

Gemeenteraad moet werk van leken blijven

De Raad vindt wel dat de gemeenteraad een lekenbestuur moet blijven en niet het terrein moet worden van professionele bestuurders. Juist omdat raadsleden vaak nog een andere baan of functie hebben, staan zij immers middenin de samenleving. Professionele bestuurders zouden wel eens geen verrijking kunnen zijn, omdat zij meer van hetzelfde bieden. Bovendien is het raadslidmaatschap dan niet meer voor iedereen toegankelijk, omdat tenslotte niet iedereen zich geroepen voelt fulltime bestuurder te zijn.

Tijd anders indelen

Om niet overbelast te raken door hun combinatie van verantwoordelijkheden zegt de Raad dat raadsleden moeten voorkomen dat zij nog meer tijd in de raad steken. Zij kunnen beter hun tijd anders indelen. Minder tijd in bestudering van de stukken en in vergaderen en juist meer tijd in contacten met de lokale samenleving en het betrekken van burgers bij de besluitvorming. De verdeling is nu ongeveer 65%-30%, maar zou volgens de Raad op 50%-50% moeten liggen.

Niet politiseren, maar pragmatische oplossingen

Om dit doel te bereiken moeten lokale politici kwesties niet overmatige politiseren. Door toenemende versnippering in de gemeenteraden en door steeds meer lokale partijen zijn veel raadsleden bezig te zoeken naar meerderheden, zich ten opzichte van elkaar soms ruw te profileren en met elkaar het debat aan te gaan. Dit terwijl burgers lokaal juist behoefte hebben aan pragmatische oplossingen. Volgens de Rob kunnen raadsleden en fracties daarom beter meer onderling gaan samenwerken. Dat vergroot ook het vertrouwen van burgers in het lokaal bestuur.

Geen geld voor lokale partijen

De Rob constateert ook dat het niet rechtvaardig is dat lokale partijen geen financiële ondersteuning ontvangen, terwijl de raadsleden van landelijk opererende partijen kunnen meeliften op de subsidie van de landelijke partijorganisatie. De lokale partijen hebben inmiddels ruim 30% van alle raadszetels in handen.

Bronnen: FD, www.rob-rfv.nl

Delen: