Ambtenarenpensioenfonds ABP moet vanaf april de pensioenpremie verhogen vanwege de ontoereikende financiële positie van het fonds. ABP had juist een verlaging van de pensioenpremie doorgevoerd conform de afspraken over de loonsverhoging tussen het kabinet en drie vakbonden. De premie is in januari verlaagd naar 17,8% en komt in april weer uit op 18,8%. ABP zegt de opslag vijf jaar lang in stand te moeten houden om weer financieel gezond te worden.

Ambtenaren leveren iets in

Ambtenaren leveren vanaf 1 april weer een deel van hun salarisverhoging in. Hun pensioenpremie, die net verlaagd was, gaat dan met 1% omhoog. Pensioenfonds ABP verhoogt de premie naar 18,8% terwijl die dit jaar met 1,8% was verlaagd. Door de stijging zijn werkgevers in de overheid dit jaar bijna € 250 miljoen meer kwijt aan pensioenpremie dan geraamd. Ambtenaren betalen 30% van de verhoging wat neerkomt op € 8 bruto bij een maandsalaris van € 3.500.

Afspraken centraal akkoord

In het centraal akkoord dat de sociale partners in de overheidssector in 2015 hebben bereikt staat 5,05% loonsverhoging voor ambtenaren over twee jaar. Die opslag zou voor ongeveer de helft gefinancierd worden door een lagere pensioenpremie. Dat blijkt dus niet mogelijk, zo wordt duidelijk uit het besluit van het ABP. Het pensioenfonds moet de premie verhogen vanwege de gedaalde dekkingsgraad tot 97,2% eind 2015. Dat is ruim onder het minimum van 105% dat De Nederlandsche Bank stelt. ABP zegt de opslag vijf jaar lang in stand te moeten houden om weer financieel gezond te worden.

Tegenvaller voor vakbonden

Het ABP-besluit is niet alleen een domper voor de overheid en ambtenaren, ook voor het CNV en twee kleine vakbonden is het een tegenvaller. Zij vinden dat de afgesproken loonsverhoging van 5,05% gewoon moet blijven staan. Volgens het CNV heeft het loonakkoord op zich nog steeds tot een lagere premie geleid. Dat komt doordat het pensioen niet langer de loon- maar de prijsindex volgt. Vakbond FNV was tegen het loonakkoord, mede vanuit de gedachte dat de lagere pensioenpremie ernstige gevolgen zou hebben voor de ABP-pensioenen.

Scholen en universiteiten

In het onderwijs is niet duidelijk wie opdraait voor het werkgeversdeel van de premieverhoging. Scholen en universiteiten willen dat het rijk de tegenvaller compenseert. Gemeenten, provincies en waterschappen betalen de rekening in eerste instantie zelf.

Bronnen: Financieele Dagblad, Redactie

Delen: