Bij de inkoop van materiaal voor overheidsprojecten is het milieu ondergeschikt aan lage kosten en een lange levensduur. Dat blijkt uit het rapport ‘Het bos verdient beter’ van FSC Nederland.

Speerpunt


Uit het onderzoek blijkt dat slechts 8 procent van de mensen die betrokken zijn bij de inkoop van materialen voor overheidsprojecten in de grond-, weg- en waterbouw de milieubelangen meeweegt in de keuze. Hoewel duurzaam inkopen een speerpunt is van beleidsmakers - in vrijwel alle bestekken staat dat duurzaam hout gebruikt moet worden - blijkt daar in de praktijk niet veel van terecht te komen. Wanneer er al duurzaam hout wordt gebruikt, is dat meestal omdat de betreffende medewerker er toevallig kennis van heeft. Maar van een structureel ingebed bewustzijn voor duurzame materiaalkeuzes is geen sprake.

Controle


De controle is een blijvend aandachtspunt. Zeventig procent van de opdrachtgevers werkt niet met gecertificeerde aannemers, waardoor niet te controleren valt of er daadwerkelijk met duurzaam hout wordt gewerkt. Slechts 6 procent van de projecten is op de juiste manier gecontroleerd. Dat is niet alleen slecht voor het bos, maar ook frustrerend voor aannemers die wél in certificering hebben geïnvesteerd. En dat zijn er steeds meer: van 50 in 2008 tot ruim 1000 in 2015. De overheid heeft dus volop keuze uit gecertificeerde aannemers.
Delen: