De herziening van het belastingstelsel lijkt (voorlopig) van de baan. En daarmee ook het moment om het lokale belastinggebied te verruimen. Het idee was 5 miljard euro te korten op de rijksbijdrage aan het gemeentefonds in ruil voor meer mogelijkheden voor gemeenten om zelf belasting te heffen.

Politieke agenda

Hoewel het onderwerp deze kabinetsperiode onhaalbaar lijkt, staat het stevig op de politieke agenda. Het zal er vroeg of laat van komen. Van alle kanten komt het pleidooi voor meer belastingruimte voor gemeenten. Het meest recent nog van de VNG, maar ook minister Plasterk, het Centraal Planbureau, de Raad van State en de Raad voor Financiële Verhoudingen zijn voorstander.

Argumenten

Een veel aangevoerd argument voor de decentralisatie van belastingheffing is dat gemeenten beter in staat gesteld moeten worden financiële tegenvallers bij de decentralisaties zorg, jeugd en werk op te vangen. 

Een VNG-commissie onder leiding van Alexander Rinnooy Kan vindt dat de lokale belastingruimte vergroot moet worden omdat “de burger er financieel en democratisch beter van wordt. Een democratisch voordeel is dat de burger dan op het niveau van de gemeente kan bepalen welke voorzieningen hij wenst. Daar hoort dan een prijskaartje bij dat lokaal wordt geïncasseerd. En dat verhoogt de kwaliteit, want als je zelf moet betalen ga je ook zorgvuldiger beslissen.

Instrumenten

Gemeenten hebben nu maar weinig knoppen om aan te draaien. Het aantal belastingen en de omvang ervan is zeer beperkt. De onroerendezaakbelasting (ozb), parkeerbelasting, hondenbelasting en toeristenbelasting, dat is het wel zo’n beetje. Mogelijkheden om dit uit te breiden zijn: het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting (ozb) voor woningen en een ingezetenenbelasting. 

Delen: