Nederlanders zijn bezorgd over nepnieuws en worden daar onzeker van. Maar ook de overheid vreest het verschijnsel en komt met maatregelen. Of toch niet?

Hoe op te treden tegen nepnieuws?

De overheid weet niet goed hoe om te gaan met nepnieuws. Is het een gevaar voor de democratie? Moet je er iets tegen doen? Dat zijn enkele vragen waar overheden en politici voor staan.

Fout, onwaar of nep?

In de media – en vooral de social media – verschijnen berichten die niet kloppen. Geen nieuws, maar nonsens. De vraag is of dit nepnieuws is of een uitglijder van de redactie. Er is verschil tussen een foutief of onwaar artikel en nepnieuws.

Wat is nepnieuws?

Nepnieuws is misleidende informatie die wordt verspreid om geld te verdienen of om de publieke opinie te beïnvloeden. Het verspreiden van dit soort fake news is niet nieuw, wel de massaliteit en snelheid waarmee het dankzij sociale media verspreid wordt. En er dreigt het gevaar dat bepaalde groepen zich voor hun informatievoorziening tot een bubbel beperken waarin nepnieuws de boventoon voert.

Gevaren van nepnieuws

Als we onwaarheden als waarheid aannemen, is het lastig om een gefundeerde mening te vormen of een debat te voeren. Onze democratie en rechtsstaat zijn volledig gebaseerd op betrouwbare informatie. Als dat wegvalt, kunnen burgers bijna onmogelijk politieke beslissingen nemen. Zo bezien, moeten overheden dus ingrijpen tegen het verkondigen van nepnieuws. Maar hoe?

Minister ziet gevaren van desinformatie

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken waarschuwt al enige tijd voor de verspreiding van nepnieuws in Nederland. Zij ziet de desinformatie als een poging de publieke opinie te sturen. Volgens haar staat Nederland in het vizier van onder meer Russische inlichtingendiensten. Maar concrete voorbeelden van nepnieuwsaanvallen zijn schaars. De minister verwijst telkens naar een Russische nepwebsite van de Nederlandse overheid met daarop misleidende informatie over de ramp met vlucht MH17. Ook verwijst zij naar de beïnvloeding op de Amerikaanse verkiezingen door Rusland. De regering wil daarom in overleg met media en techbedrijven als Facebook, Google en Twitter om te kijken hoe de verspreiding van nepnieuws tegen kan worden gegaan.

Brussel versus desinfo

Ook Brussel heeft de aanval ingezet tegen nepnieuws. De Europese Commissie heeft een groep van 39 ‘experts’ samengesteld die bestrijdingsmiddelen gaan aanleveren (bureau EU vs Disinfo). Daar ging nogal wat mis. Zo werden ook artikelen van gerenommeerde media, waaronder De Gelderlander, als ‘nepnieuws’ gekwalificeerd. De factcheckers van de EU toonden hiermee genadeloos de gevaren van overheidsbemoeienis aan. Een Kamermeerderheid wil dan ook niks weten van EU vs Disinfo. Ook zijn de meeste partijen gekant tegen censuurmaatregelen zoals in Duitsland en Frankrijk.

Praktijkcode in 10 stappen

Halverwege maart kwam een adviesgroep van de Europese Unie met voorstellen. De groep van 39 leden onderzocht welke maatregelen er genomen moeten worden om desinformatie tegen te gaan. De adviesgroep komt met 10 stappen voor techplatforms tegen de verspreiding van nepnieuws. Ze moeten:
  1. commerciële nepnieuwsproducenten ontmoedigen
  2. aangeven wat ze doen met gebruikersdata en daar verantwoording over afleggen
  3. advertenties, inclusief politieke, duidelijk onderscheiden van andere berichten
  4. fact-checkers en onderzoekers toegang geven tot data over het bestrijden van desinformatie
  5. gebruikers toegang geven om hun 'online ervaring' aan te kunnen passen
  6. samen met Europese nieuwsorganisaties betrouwbaar nieuws beter zichtbaar en bereikbaar maken
  7. trending artikelen laten begeleiden door gerelateerde nieuwsartikelen
  8. gebruikers de mogelijkheid bieden om in contact te komen met fact-checksites en om te reageren
  9. waarborgen opnemen voor het meldingensysteem om ongewenste content te ontdekken, om zo misbruik te voorkomen
  10. 'relevante data' delen over het functioneren van hun platforms en de werking van hun algoritmen

De tien stappen vallen onder de Praktijkcode die de Europese Commissie zou moete overnemen. De adviesgroep kiest dus voor zelfregulering en niet voor Europese wetgeving. Maar, stelt de adviesgroep, dit is onbekend terrein en de medewerking van de partijen is niet zeker. Er moet daarom een coalitie komen waarin alle betrokken partijen zitten die onder leiding staat van een onafhankelijke expert die toeziet op de gemaakte afspraken.

Bronnen: NRC, NOS, Mediawijsheid

 

Delen: