Maar liefst 31 Nederlandse gemeenten reageren niet op simpele informatieverzoeken van burgers per e-mail. Snel antwoorden ze ook niet: 40% beantwoord later dan de e-mailgedragslijn voor overheden voorschrijft, blijkt uit onderzoek van de site Wij verdienen beter. Ze e-mailden alle Nederlandse gemeenten met een simpele vraag – ‘kunt u de verordening Jeugdhulp toezenden?’- en ving bij veel gemeenten nul op het rekest. Eindhoven is de grootste niet-beantwoordende gemeente. Toen de website na vijf maanden vroeg om een reactie op de uitkomsten van het onderzoek, stuurde de gemeente zonder verder in te gaan om het onderzoek alleen de verordening.

Geen gelukkige combinatie


Steeds meer gemeenten kiezen ervoor om niet meer per e-mail bereikbaar te zijn voor hun burgers, maar slechts via een formulier op de website. Dat gemeenten en webformulieren geen gelukkige combinatie zijn, bewijst onder meer Amsterdam. Vragen van burgers mogen in de hoofdstad maximaal 500 tekens lang zijn, net iets meer dan drie tweets. Burgers moeten in Amsterdam ook eerst persoonsgegevens overleggen voordat ze een vraag kunnen stellen. Dat betekent dat burgers die geen telefoon hebben of niet uit Nederland komen, geen vraag kunnen stellen aan de gemeente Amsterdam, want formulieren zonder tiencijferig Nederlands telefoonnummer worden geweigerd. Zelfs de gemeente Amsterdam zelf zou met haar telefoonnummer (14020) vastlopen in haar eigen formulier.

Persoonsgegevens


Een veel voorkomend probleem bij gemeenten die webformulieren gebruiken is dat er onnodig veel persoonsgegevens worden gevraagd. Bijna alle gemeenten met een webformulier willen weten of je man of vrouw bent als je een vraag stelt, maar sommige gemeenten willen veel meer weten. Vaak blijft dat bij telefoonnummer of adres, maar enkele gemeenten beantwoorden alleen vragen van burgers die hun Burger Service Nummer (BSN) doorgeven. Overigens is het niet in alle gemeenten zo slecht gesteld: 155 gemeenten hebben een openbaar e-mailadres, waarop ze snel en met respect voor de privacy van burgers antwoorden.

Bron: communicatieonline.nl
Delen: