Eindhoven werkt aan de smart city en koppelt die ambitie aan de participatiesamenleving. De techstad worstelt daarbij met het betrekken van de burger en het ontwikkelen van de verhaallijn: wat is de smart city en waarom zouden burgers hier actief aan meedoen?

De smart city tussen droom en werkelijkheid

Steeds meer Nederlandse steden willen een ‘smart city’ zijn. Wat ze daarmee bedoelen en beogen en hoe ze het aanpakken, verschilt van stad tot stad. Het gemeenschappelijke van de smart-ambitie zit in de inzet van techniek en data om maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken op stadsniveau op te lossen. Ook Eindhoven – dé techstad van Nederland – wil smart zijn. En de burger daarbij betrekken. Maar wil de burger dat wel?

Smart in participatiesamenleving

Eindhoven wil een smart city zijn in een participatiesamenleving. In zo’n stad bedenkt en regelt de overheid niet meer alles, maar worden de verantwoordelijkheden gedeeld met de stad: met de inwoners, instellingen en bedrijven. De overheid trekt zich dus terug als allesbepalende en sturende partij en stapt steeds meer in een faciliterende en coördinerende rol. Om de veranderende verhouding tussen overheid en burger te realiseren, werkt de gemeente samen met innovatiebureau Het Nieuwe Instituut aan een meerjarig programma.

Eindhoven wil vele steden zijn

Eindhoven wil vele steden zijn. Uiteraard een slimme stad, maar ook een gezonde, zorgzame, innovatieve en adaptieve stad. Daarbij kampt Eindhoven, net als andere steden, met de overgang van de verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving en met een groter takenpakket als gevolg van de decentralisaties. Deze verschuivingen gaan samen met bestuurlijke vernieuwingen waarbij de overheid haar verantwoordelijkheden steeds meer deelt met de verschillende actoren in de stad. Die gedeelde verantwoordelijkheid gaat bij voorkeur via een horizontale organisatiestructuur. Een verschuiving van government naar governance. Het betekent samen werken aan de stad.

Samenwerking nu ook met burgers

Samenwerken is niet nieuw voor Eindhoven. In de jaren negentig werd het Triple Helix model* ingezet voor een gelijkwaardige samenwerking tussen de overheid, de bedrijven en de kennisinstellingen. Deze samenwerking moest leiden tot een innovatieve, vitale en slimme stad. Dat doel is ook gehaald. Eindhoven kreeg in 2011 het predicaat ‘slimste gemeenschap van de wereld’ en is door de Europese Commissie uitverkoren om zich door te ontwikkelen als smart city. Maar deze succesvolle samenwerking liet één partij buiten beschouwing: de burger. Eindhoven moet van Triple Helix naar Multi Helix.

De Eindhovenaren zijn niet of nauwelijks betrokken bij de slimme stad. En hoewel Triple Helix alle mogelijke promotie kreeg, weet de gemiddelde inwoner niet wat het model inhoudt. Zelfs de overkoepelende branding – ‘Eindhoven is de stad van technologie, design en kennis’ – is onbekend bij de eigen bevolking. Dat moet veranderen. Als de smart city ook een smart society wil zijn, moet de burger er integraal onderdeel van uitmaken. Om dat te bereiken is het programma ‘De Staat van Eindhoven’ opgestart.

Kloof tussen ambitie en werkelijkheid

Bij de aftrap van De Staat van Eindhoven legde programmaleider Linda Vlassenrood van Het Nieuwe Instituut de vinger op de zere plek. Zij constateert een gapend gat tussen de ambities van de stad en de gerealiseerde prestaties. “Er wordt technologisch flink aan de weg getimmerd, maar dit vindt vaak op afgelegen plekken plaats zoals op de High Tech Campus. Het is onvoldoende ingebed in de stad.” Om de kloof tussen ambitie en realiteit te dichten moet Eindhoven volgens haar een ‘motiverende verhaallijn’ hebben. Pas als de urgentie van de stappen duidelijk is, kan de bevolking gemotiveerd worden om mee te gaan doen. “Kortom, waar ligt het engagement van de burger, de overheid, de kennisinstellingen en het bedrijfsleven in Eindhoven? Waar vinden zij elkaar in dat engagement?”

Belang van burgers om actief mee te denken

Vlassenrood merkt dat de gemeente zich voortdurend afvraagt hoe haar burgers worden geactiveerd om actief mee te denken. Die vraag gaat volgens haar voorbij aan de beginvraag. “Het is wellicht tekenend voor de pragmatische inborst van de overheid dat de beginvraag nadrukkelijk niet wordt gesteld: waarom zouden burgers actief mee willen denken? Waar ligt voor hen de meerwaarde? Wat is het opzwepende verhaal dat nadrukkelijk verder gaat dan city branding voor de buitenwereld?”

Geen overkoepelend bezielend verhaal

Het stadsbestuur van Eindhoven erkent dat het overkoepelende en motiverende verhaal om de burger te activeren nog ontbreekt en dat er nog veel vragen openstaan. Waar draag je als burger aan bij? Is dat aan de slimme, gezonde, zorgzame, innovatieve of adaptieve stad? Wat betekent adaptief überhaupt? Waar ligt de persoonlijke noodzaak? Wil iedere burger wel meedoen? Al deze vragen en de ambitie om de kloof met de burgers te dichten, maken een motiverende verhaallijn nodig. Daarbij moet ook een antwoord komen op de vraag wat de smart city zo urgent maakt. Pas daarna kan begonnen worden met het mobiliseren van burgers.

Wat is die smart city?

Het probleem is: die motiverende verhaallijn is er niet. Het verhaal van de smart city moet nog geschreven worden. En hoe meer auteurs of deskundigen het verhaal schrijven, hoe groter de verwarring over het begrip. Die verwarring blijkt ook uit de bijdragen in de white paper ‘Smart city, een stap op weg naar smart governance’ (PBLQ, januari 2016) en uit de teleurstelling van deelnemers aan het Smart City Event 2015 in Amsterdam. Voorlopig is de smart city niet meer dan een verzameling technische oplossingen voor (vaak nog te preciseren) stedelijke problemen met de belofte dat die stad veiliger, schoner, zorgzamer en efficiënter wordt. Vaak is de ambitie van de smart city technologiegedreven met het risico dat de burger gezien wordt als ‘leverancier van data’. De burger speelt hierin geen actieve rol, maar maakt de technologie toepasbaar en bestuurlijke efficiëntie mogelijk. Dan is de smart city niet van en niet voor de burger.

Uitdagingen voor Eindhoven

Eindhoven erkent dat technologie geen doel op zich kan zijn, maar in dienst moet staan van het oplossen van sociaal-maatschappelijke vraagstukken in de stad. Volgens Vlassenrood heeft Eindhoven de mogelijkheden om het begrip smart city, met alle actoren, nieuwe invulling te geven en er nieuwe waarden aan toe te kennen. In haar ogen moet de smart city bestaan uit een slimme gemeenschap (smart society) en slimme vormen van bestuur, mobiliteit, wonen, zorg en economie. De technologie is er al. Wat ontbreekt, zijn de kennis en de vocabulaire om te doorgronden en te duiden hoe de technologieën met elkaar samenhangen en wat de implicaties voor het stedelijke, maatschappelijke en politieke leven zijn.

Eindhoven spreekt zelf van een paradigmawenteling voor de lokale overheid in het realiseren van een intelligente community: van bepalen naar faciliteren, van controle naar vertrouwen en van competitief naar coöperatief. Maar de gemeente vraagt zich af in hoeverre burgers innovaties daadwerkelijk zullen gebruiken en omarmen en hoe burgers geactiveerd worden om aan de voorkant van een ontwikkeling of innovatie actief mee te denken.

Hoe betrekken we de burger?

Eindhoven zoekt het antwoord op de basisvraag: waarom, hoe en met wie gaat de burger bijdragen aan de slimme stad? Daarbij ontstaan de volgende praktische vragen:

  • Hoe starten we het gesprek en hoe vindt het plaats?
  • Hoe houden we de dialoog gaande en hoe betrekken we niet alleen de geijkte personen?
  • Hoe ontstijgen we de aanpak van een willekeurig participatieproject?
  • Hoe zetten we een beweging in gang met blijvend resultaat?

De ambitie van Eindhoven leidt tot een extreem complex programma met vele verschillende deelnemers met allemaal verschillende belangen. Het programma is inmiddels opgestart. Wat het resultaat ervan zal zijn, valt niet te voorspellen. Het zou al een groot succes zijn als Eindhoven haar burgers kan meenemen in het verhaal en bij de ontwikkelingen kan blijven betrekken. De voortgang van het programma is goed te volgen via een reeks blogs op de website e52.nl.

Smart city: wensdroom, citymarketing of toekomstbeeld?

Net als andere steden worstelt Eindhoven met de invulling van het begrip smart city, het overkoepelende verhaal en het samen werken met haar burgers. Voorlopig is de smart city niet veel meer dan een containerbegrip dat staat voor stedelijke innovatie met gebruik van technologische snufjes en data om maatschappelijke vraagstukken op te lossen, het liefst samen met de burgers. Het staat voor een wensdroom van bestuurders en marktpartijen om publieke dienstverlening anders in te vullen. Maar het is ook een vorm van citymarketing. Echte resultaten blijven nog uit. En de burger weet nog van niets.

Maar niemand kan er omheen dat het ‘iets’ is en dat je er iets mee moet. Misschien dat een nationale agenda en een centrale aansturing de lokale initiatieven kan stimuleren. Ondertussen kunnen lokale bestuurders en actoren in de stad het debat over nut en noodzaak voortzetten. Met de burger als onmisbare deelnemer aan het publieke debat.


Bronnen:

Teleurstelling over Smart City Event 2015

In de zomer van 2015 vond het Smart City Event 2015 plaats in de Amsterdam Arena. Uit een verslag erover klinkt vooral teleurstelling. “Hoge functionarissen als keynote sprekers van over de hele wereld. Veel deelnemers, hoge verwachtingen. Wat blijkt? Meer dan de helft van alle informatie ging niet over het concept Smart City of was zeer oppervlakkig. Het kostte dan ook moeite daadwerkelijk iets op te steken over het Smart City concept. Het lijkt erop dat hoge functionarissen nog steeds niet (of nu al niet meer?) weten wat Smart City nou behelst, of juist wat het eigenlijk niet behelst.”

Lessen uit ‘Hoge pieten snappen Smart Cities steeds minder, de (jonge) ondernemers en gebruikers steeds meer – Verslag Smart City Event 2015’



Platform voor smart cities

Platform 31 organiseert het online platform Smart Cities, samen met het ministerie van I&M, de G32, Digitale Steden Agenda, NEN (Nederlands Normalisatie-instituut) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), met als doel de kennisontwikkeling over smart cities in Nederland samen te brengen in een kennisdossier en het debat aan te jagen.



*Het Triple Helix model is een organisatievorm waarin bedrijven, kennisinstellingen en overheid intensief samenwerken en gezamenlijk projecten entameren. Op deze manier bouwt een slimme regio de voordelen van fysieke nabijheid uit naar cognitieve en sociale nabijheid. Hierdoor kan de regio excelleren in technologische en sociale innovaties en deze in concrete resultaten omzetten.  

 

Delen: